Carpaal tunnelsyndroom (CTS)
Bij het carpaal tunnelsyndroom (CTS) raakt de zenuw in de carpale tunnel bij de pols bekneld. Dit leidt tot tintelingen en pijn en, indien niet behandeld, tot zenuwbeschadiging en spieratrofie.
Alle informatie over het carpaal tunnelsyndroom in één oogopslag:

Wat is het carpaal tunnelsyndroom?
Het carpaal tunnelsyndroom is een zogenaamd beknelling- of zenuwcompressiesyndroom. De naam komt doordat zenuwen worden ingesnoerd en samengedrukt. Bij het carpaal tunnelsyndroom geldt dit voor de medianuszenuw (nervus medianus), die door de smalle en onbuigzame carpale tunnel loopt. De beschikbare ruimte is daar beperkt. De tunnel wordt namelijk aan drie kanten begrensd door botten en een strak bandweefsel (retinaculum flexorum). In veel gevallen zijn beide handen in gelijke mate aangetast.
Frequentie
Het carpaal tunnelsyndroom komt het vaakst voor bij mensen tussen de 40 en 70 jaar en treedt bij vrouwen ongeveer twee keer zo vaak op als bij mannen. Bij kinderen komt het zeer zelden voor. Mensen die fysiek werk verrichten, hebben er vaker last van. Jaarlijks krijgen naar schatting 3 op de 1.000 mensen het carpaal tunnelsyndroom.

Linkerhand, rug van de hand
Het carpaal tunnelsyndroom is een zogenaamd beknelling- of zenuwcompressiesyndroom. De naam komt doordat zenuwen worden ingesnoerd en samengedrukt. Bij het carpaal tunnelsyndroom geldt dit voor de medianuszenuw (nervus medianus), die door de smalle en onbuigzame carpale tunnel loopt. De beschikbare ruimte is daar beperkt. De tunnel wordt namelijk aan drie kanten begrensd door botten en een strak bandje (retinaculum flexorum). In veel gevallen zijn beide handen in gelijke mate aangetast.
Frequentie
Het carpaal tunnelsyndroom komt het vaakst voor bij mensen tussen de 40 en 70 jaar en komt bij vrouwen ongeveer twee keer zo vaak voor als bij mannen. Bij kinderen komt het zeer zelden voor. Mensen die fysiek werk verrichten, hebben er vaker last van. Jaarlijks krijgen naar schatting 3 op de 1.000 mensen het carpaal tunnelsyndroom.

Linkerhand, rug van de hand
Veelvoorkomende symptomen van het carpaal tunnelsyndroom
Zintuigen en pijn
- Tintelingen en steken in vingers en handpalmen (voornamelijk ’s nachts)
- Gevoelloosheid en in slaap vallende handen (voornamelijk ’s nachts)
- Beperkingen van het tastvermogen en de coördinatievaardigheden
- Nachtelijke of ochtendpijn in de pols en de onderarm
- Pijn bij het bewegen van de hand
Motoriek en kracht
- Beperkte bewegingsvrijheid van de duim
- Krachtverlies in de hand en de pols
- Atrofie van de spieren van de duimknoop (thenaratrofie)
Symptomatisch verloop van het carpaal tunnelsyndroom
Sommige mensen hebben in het begin jarenlang slechts lichte klachten, die komen en gaan. Het merendeel van de getroffenen heeft aanhoudende klachten, die in de loop van de tijd en vooral na zware belasting, tijdens de zwangerschap en na verwondingen aan de arm verergeren.
De eerste symptomen van het carpaal tunnelsyndroom treden meestal ’s nachts of in de vroege ochtenduren op, evenals na inspanning met gebogen polsen. De duim, wijsvinger, middelvinger en eventueel de ringvinger voelen aan de binnenkant van de hand (palmzijde) gevoelloos aan. Bovendien ervaren patiënten dat hun hand koud aanvoelt.
Naarmate de aandoening vordert, kan het gevoelloze gevoel ertoe leiden dat de handen inslapen. Vaak gaat dit gepaard met een tintelend gevoel of een gevoel van prikkelingen in de vingers en handpalmen. De pijn neemt toe en treedt dan ook overdag spontaan of zelfs voortdurend op. De pijn kan uitstralen naar de arm of de schouder. Andere symptomen zijn een verslechtering van het tastvermogen en het verlies van fijne motorische vaardigheden en kracht in de hand.
In een zeer vergevorderd stadium zijn de vingers ’s ochtends stijf en gezwollen. Daarnaast kan er spieratrofie aan de duimknoop optreden, evenals functionele beperkingen en zelfs verlamming.
Oorzaken en risicofactoren voor het carpaal tunnelsyndroom
Hoewel de daadwerkelijke oorzaak in de meeste gevallen onbekend is, zijn er wel oorzaken en risicofactoren voor deze aandoening.
Het carpaal tunnelsyndroom kan ontstaan doordat er te veel weefsel in het kanaal zit of doordat het kanaal te smal is. Dit laatste kan aangeboren zijn, erfelijk zijn of het gevolg zijn van een verwonding.
De belangrijkste oorzaken van weefselzwelling zijn:
- Letsels in de buurt van het polsgewricht (bijv. een spaakbeenbreuk of een dislocatie van de handwortel)
- Reumatische ontstekingen of ontstekingen van de peesscheden
- Artrose van het polsgewricht
- Chronische nierinsufficiëntie, met name bij dialyse
- Vochtophoping in de gewrichten en banden (bijv. door schildklieraandoeningen, diabetes of hormonale veranderingen)
- Tumoren en andere gezwellen (bijv. lipomen of ganglion)
De belangrijkste risicofactoren voor het carpaal tunnelsyndroom zijn:
- Vrouwelijk geslacht, met name tijdens of na de menopauze
- Gebruik van orale anticonceptiva of oestrogenen
- Zwangerschap, borstvoeding
- Belastende werkzaamheden met herhaalde bewegingen van de hand of pols of het gebruik van trillende gereedschappen
- Obesitas
- Alcohol- en nicotinegebruik
Diagnose carpaal tunnelsyndroom
Klinisch onderzoek van de hand
Na het afnemen van de anamnese en het daaruit voortvloeiende vermoeden van carpaal tunnelsyndroom biedt de beweeglijkheid van de polsen een eerste aanwijzing bij het klinisch onderzoek. De zogenaamde Phalen-test is positief als er bij maximale buiging van het polsgewricht in de richting van de handpalm gedurende meer dan een minuut gevoelsstoornissen in de vingers optreden – een vrij betrouwbare aanwijzing voor carpaal tunnelsyndroom. In een vergevorderd stadium trekt de spiermassa van de duimknoop zich terug en kunnen patiënten hun duim niet meer naar de top van de pink brengen. Bij de Hoffmann-Tinel-test wordt met twee vingers op de binnenkant van de pols getikt. Het Hoffmann-Tinel-teken is positief als daarbij een onaangename, bijna elektrische pijn optreedt. Ook wordt de oppervlaktegevoeligheid getest.

Met behulp van elektroneurografie wordt de zenuwgeleidingssnelheid gemeten en wordt vastgesteld of er sprake is van zenuwbeschadiging.
Neurologisch onderzoek van de hand
Een objectieve diagnose is mogelijk door middel van een neurologisch onderzoek waarbij de zenuwgeleidingssnelheid wordt gemeten (elektroneurografie, ENG). De medianuszenuw wordt gestimuleerd met een zwakke elektrische impuls. Bij beschadiging van de zenuw is er sprake van een verminderde geleidingssnelheid. Daarnaast kan magnetische resonantiebeeldvorming (MRI) bevindingen opleveren die van belang zijn voor de verdere behandeling.
Zelftests voor carpaal tunnelsyndroom
Wie vermoedt dat hij of zij carpaal tunnelsyndroom heeft en nog op een afspraak bij de arts wacht, kan zelf een paar tests uitvoeren. De Phalen- en Hoffmann-Tinel-test kunnen in principe ook thuis worden gedaan. Daarnaast kan worden gecontroleerd of men met de duim de top van de pink kan bereiken. Bij de flestest wordt een gewone fles met de hand vastgepakt. In een vergevorderd stadium is dit vanwege de afnemende spierkracht in de duimknoop niet meer mogelijk. Zo kunnen vermoedens worden weerlegd of bevestigd. Bij aanhoudende klachten dient altijd medisch advies te worden ingewonnen.
Therapie en behandeling van het carpaal tunnelsyndroom
In het beginstadium: conservatieve behandeling van het carpaal tunnelsyndroom (CTS)
Het carpaal tunnelsyndroom kan in een vroeg stadium, bij lichte klachten, goed conservatief worden behandeld. Het doel daarbij is om de zenuw te ontlasten en blijvende zenuwschade te voorkomen. Als de klachten in een vroeg stadium worden ontdekt en de pijn nog niet permanent aanwezig is, kan het carpaal tunnelsyndroom in de meeste gevallen nog worden behandeld door het polsgewricht ’s nachts te immobiliseren. Om het polsgewricht te immobiliseren worden naast verbanden vooral orthesen gebruikt, bijvoorbeeld de polsorthese JuzoPro Manu Xtec Palmar.
JuzoPro Manu Xtec Palmar - Polsorthese voor stabilisatie in twee bewegingsrichtingen
- Grote duimopening en vrije bewegingsvrijheid van de vingers
- Comfortzones ter hoogte van de duim en de onderarm
- Optimale pasvorm dankzij een extra brede, anatomisch gevormde aluminiumspalk
- Hoog draagcomfort door luchtdoorlatende, vochtafvoerende materialen
- Praktisch sluitingssysteem
Naast rust kunnen ontstekingsremmende medicijnen, koude- en warmtetherapie en ultrasone behandelingen helpen. Andere belangrijke onderdelen van de conservatieve behandeling zijn fysiotherapie en bewegingstherapie met individueel afgestemde oefeningen.
Vergevorderd stadium: operatie
Als de aandoening al vergevorderd is en andere behandelingen onvoldoende helpen, kan een operatie noodzakelijk zijn. Deze kan de klachten verlichten of volledig doen verdwijnen, maar is niet zonder risico.
Bij een operatie wordt het carpale ligament doorgesneden, dat aan de buigzijde van het handwortelgewricht loopt. Zo wordt de nervus medianus ontlast. Er zijn twee operatiemethoden beschikbaar:
- open ingreep (toegang via een huidincisie (ca. 4 cm) aan de binnenkant van de pols)
- endoscopische ingreep (toegang via kleine huidincisies in de handpalm en aan de pols)
Beide methoden zijn even veelbelovend en hebben vergelijkbare risico’s. Na een endoscopische operatie zijn de littekens iets kleiner, herstelt men deels iets sneller en kan men eerder weer aan het werk. Normaal gesproken wordt de ingreep poliklinisch uitgevoerd onder plaatselijke verdoving van de hand of de arm. De ingreep duurt vaak minder dan 30 minuten.
Meestal zijn patiënten na de operatie klachtenvrij – bij zenuwbeschadigingen kan dit echter ook enkele weken of maanden duren. Pijn verdwijnt vaak sneller dan gevoelsstoornissen. Een jarenlange zenuwbeschadiging die al vóór de ingreep bestond, kan niet volledig worden hersteld. Voor de nabehandeling wordt de pols meestal geïmmobiliseerd met een orthese, zoals bijvoorbeeld de JuzoPro Manu Xtec Palmar. De geopereerde hand moet gedurende 2 tot 3 weken worden ontzien. Volledig belastbaar is deze na
Oefeningen ter ondersteuning en preventie van het carpaal tunnelsyndroom
Hoewel bij het carpaal tunnelsyndroom als eerste maatregel de structuren moeten worden ontlast en ontzien, is een zekere mate van beweging nodig om de stofwisseling en genezingsprocessen in stand te houden en spieratrofie te voorkomen.
Hiervoor is een combinatie van verschillende oefeningen voor spierontspanning, mobilisatie, rekking en spierversterking geschikt. Een fysiotherapeut kan helpen bij het samenstellen van de juiste oefeningen en ondersteuning bieden bij het vinden van de juiste balans tussen ontlasting en training. Geschikte oefeningen kunnen zowel bij een bestaande diagnose als ter preventie worden gedaan.
3 voorbeeldoefeningen:
Verlichting in het dagelijks leven
Als u last heeft van carpaal tunnel-klachten, is het raadzaam om langdurige belasting te vermijden en uw handen en polsen in het dagelijks leven te ontspannen door ze regelmatig te buigen en te strekken. Bij het werken achter de computer is een ontspannen basispositie aan te raden, waarbij de polsen noch sterk gebogen, noch overstrekt zijn. In dit opzicht zijn polssteunen en ergonomisch geoptimaliseerde toetsenborden en computermuizen goede hulpmiddelen.
Ontdek hier meer aandoeningen die pijnlijke handen kunnen veroorzaken

Pijn in de hand
Pijnlijke handen kunnen verschillende oorzaken hebben. Krijg een overzicht en ga na wat de oorzaak van de pijn is.

Pijn in de pols
Krijg een overzicht van mogelijke oorzaken, symptomen en behandelingsmogelijkheden bij pijn in de pols.
