Ga naar inhoud

Littekens

Ontstaan van littekens en soorten littekens 

Littekens vormen de spiegel van ons leven. Het zijn de zichtbare tekens van traumatische ervaringen en van de ongevallen die we hebben meegemaakt, maar kunnen ook verhalen vertellen van overkomen problemen en belangrijke keerpunten in het leven. Lees hier wat wordt verstaan onder een litteken, hoe littekens ontstaan en welke verschillende vormen ze kunnen hebben.
 

Een vrouw met een thoraxcompressieverband zit in de keuken op het aanrecht

Definitie: Wat verstaan we onder een litteken? 

Littekens ontstaan na een huidwond. In het algemeen wordt zowel een gesloten wond die zich al in het genezingsproces bevindt, als ook de nog zichtbare sporen van een reeds geheelde wond als litteken aangemerkt.
In medisch opzicht is het litteken een ruw, vezelig vervangend weefsel. Deze wordt tijdens de wondgenezing opgebouwd door het bindweefsel om een opening die in de huid is ontstaan weer te sluiten. Als we het over littekens hebben, maken we onderscheid tussen actieve of onrijpe littekens en rijpe littekens.

Littekenvorming: Waarom ontstaan er littekens?

Elke huidwond laat sporen na in de vorm van littekens. Als een blessure slechts oppervlakkig of klein is, dan vallen deze littekens vaak nauwelijks op. Is het oppervlak van de beschadigde huid echter te groot of dringt de wond door tot in de diepe huidlagen, dan kunnen er duidelijk zichtbare, blijvende littekens ontstaan, die tot merkbare beperkingen voor het dagelijks leven kunnen leiden. Iedere persoon gaat anders met zijn littekens om. Het verhaal achter het litteken speelt hierbij een grote rol. Een littekentherapie moet niet alleen gericht zijn op het herstel van de bewegelijkheid, maar ook op het herstel van de esthetiek. Ongeacht of een litteken groot of klein is, het kan een grote invloed hebben op de levenskwaliteit. Daarom is met name de behandeling van nieuwe littekens lonend. In dit geval zijn de vooruitzichten om de littekenkwaliteit positief te beïnvloeden namelijk zeer goed.

Verwondingen van de huid hebben de meest uiteenlopende oorzaken die op basis van het genezingsproces leiden tot de vorming van een litteken. In de eerste linie onderscheiden we daarbij traumatische wonden, die worden veroorzaakt door geweld van buitenaf en iatrogene wonden, die ontstaan na behandeling door een arts.

Huidwonden

De traumatische wonden kunnen in 4 subgroepen worden onderverdeeld.

Mechanische wonden

Dit soort verwondingen ontstaat door de impact van objecten, druk, schuif- of trekkrachten. Mechanische verwondingen kunnen resulteren in zowel open mechanische wonden, zoals steekwonden, als gesloten mechanische wonden, zoals kneuzingen.
 

  • Snijwonden
  • Hakwonden
  • Steekwonden
  • Schotwonden
  • Bijtwonden
  • Krabwonden
  • Scheurwonden
  • Rijtwonden
  • Schaafwonden
  • Kneuzingen
  • Blauwe plekken
  • Blaren
  • Insectenbeet

Thermische wonden

Thermische verwondingen kunnen zowel als gevolg van hitte als door kou ontstaan. Maar ook elektrische stroom kan leiden tot brandwonden.
 

  • Brandwonden
  • Schroeiwonden
  • Vrieswonden
  • Elektrische schokken

Chemische wonden

Na contact met chemische stoffen, zoals zuren en logen, ontstaan beschadigingen van het weefsel.
 

  • Verwondingen door zuur
  • Verwondingen door loog

Stralingswonden

Ook straling die op de huid terechtkomt, kan de chemische structuur van de cellen veranderen en zo het weefsel vernietigen. De bekendste natuurlijke stralingsbron is de zon, er zijn echter ook diverse onnatuurlijke stralingsbronnen, zoals röntgen- of laserstralen.
 

  • Verbranding door de zon
  • Röntgenstraling
  • Laserstralen
  • Radioactiviteit

Ontstaan van littekens

Als onze huid wordt beschadigd, dan probeert ons organisme deze beschadigingen te repareren. Het nieuw gemaakte weefsel heeft als voornaamste taak om de wond snel weer te sluiten, zodat er geen vreemde stoffen en ziekteverwekkers kunnen binnendringen. Qua voorkomen en functie heeft littekenweefsel echter niet de eigenschappen van de oorspronkelijke huid. Het is niet meer zo zacht, minder elastisch en droogt sneller uit. Bij oppervlakkige verwondingen, die alleen betrekking hebben op de opperhuid (Lat. epidermis), kunnen wonden helemaal zonder littekens genezen (epitheliale wondgenezing). Voorbeelden van dergelijke verwondingen van de opperhuid zijn verbranding door de zon of oppervlakkige schaafwonden. Als de diepere huidlagen zijn beschadigd, zoals vaak het geval is bij operaties, dan ontstaat er na de verschillende genezingsfasen een litteken. Het genezingsverloop van de wond hangt af van de soort, grootte en diepte van de wond, maar ook van de genen.

Om het ontstaan van littekens te begrijpen, is het handig om de basistextuur en functies van de huid en de fasen van de wondgenezing met betrekking tot een verwonding wat meer in detail te bekijken.

Man en vrouw met ScarPrime Light-verzorging

Wetenswaardigheden over onze huid

De huid: een echt multitalent onder de organen

Met anderhalf tot twee vierkante meter is de huid het grootste en zenuwrijkste orgaan van het menselijk lichaam en neemt tot ca. 20% van het lichaamsgewicht voor zijn rekening. De huid heeft talrijke, complexe lichaamsfuncties, zoals warmteregulering en bescherming tegen infecties, invloeden van buitenaf en uitdroging. De huid zorgt voor de innerlijke balans, maar ook voor de uitwisseling van stoffen.   

Tegelijkertijd is de huid veel meer dan “slechts" een orgaan: de huid is ons contact met de buitenwereld en fungeert als vertegenwoordiger, als beschermende barrière, maar dient ook als communicatiemiddel. Allerlei aanrakingen worden via het huidoppervlak waargenomen en gevoelens en gemoedsbewegingen kunnen via de huid worden uitgedrukt en gevoeld. Niet voor niets noemt men de huid ook wel de "spiegel van het leven". Veel veranderingen die in het lichaam plaatsvinden, de persoonlijke levensstijl, gemoedstoestand, maar ook schommelingen in de hormoonhuishouding, zijn af te lezen aan de huid. 

Hoe is de huid opgebouwd?

De huid is complex opgebouwd. De opbouw is over het gehele lichaam hetzelfde. Ze bestaat uit drie lagen: Opperhuid (Lat. epidermis), lederhuid (Lat. dermis) en onderhuid (Lat. subcutis). Deze lagen hebben verschillende taken. De dikte van de huid varieert afhankelijk van de plek op het lichaam. Als we de huid in het gezicht of op de handrug bekijken, dan is deze veel dunner dan bijvoorbeeld op het bovenbeen. Bovendien verschilt het aantal haarwortels en zenuwcellen, zoals temperatuur-, pijn- en tastreceptoren. 

Huidlagen

Opperhuid: Bescherming en immuunorgaan

De bovenste huidlaag (Lat. epidermis) is weliswaar zeer dun, maar vormt toch het beschermschild van het lichaam. De epidermis is de huidlaag die iedereen ziet als de huid. De taak van de opperhuid is het beschermen van het lichaam tegen talrijke invloeden van buitenaf, zoals uv-straling of schadelijke stoffen. Micro-organismen zoals bacteriën kunnen het lichaam niet binnendringen als de opperhuid intact is. Bovendien voorkomt de opperhuid dat het lichaam uitdroogt. De cellen van de opperhuid vernieuwen zich permanent en hebben een levenscyclus van ongeveer 1 maand. Hierna sterven ze af en maken zich los van het huidoppervlak.

Lederhuid: netwerk en transportsysteem

Direct onder de opperhuid en ermee verbonden ligt de lederhuid (Lat. dermis). Deze is dikker dan de bovenste huidlaag en door collageen- en elastinevezels zeer sterk, elastisch en bestand tegen scheuren. In tegenstelling tot de epidermis bevat deze laag zenuwcellen, bloed- en lymfevaten. De lederhuid is er onder andere verantwoordelijk voor dat men aanrakingen, zoals streling, druk, pijn, temperatuur of jeuk, kan voelen. De bloedvaten in de dermis reguleren bovendien de warmtehuishouding van de huid.

Onderhuid: vetopslag en isolatielaag

De onderhuid (Lat. subcutis) bestaat grotendeels uit vetweefsel dat energie opslaat, het lichaam beschermt tegen kou en dienst doet als stootkussen. Afhankelijk van het lichaamsgebied is deze huidlaag dikker of dunner. In de subcutis bevinden zich ook de haarwortels en de talg- en zweetklieren van het lichaam.

Goed om te weten
  • Babyhuid is ca. 20 tot 30% dunner dan de huid van een volwassene. Hij bestaat weliswaar uit hetzelfde aantal lagen, maar de afzonderlijke lagen zijn aanzienlijk dunner. Daarom is een babyhuid bijzonder zacht en gevoelig. 
  • De vrouwelijke huid is anders opgebouwd dan de mannelijke. De opperhuid van een man is veel dikker dan die van een vrouw. Bovendien zijn de bindweefselvezels onderling sterker verbonden en omsluiten ze aanzienlijk kleinere vetkamers.

De wondgenezingsfasen van een litteken

Goed om te weten
  • Als de verwonding zich beperkt tot de eerste huidlaag (epidermis), kan de wond zich volledig regenereren zonder dat daarbij littekenweefsel ontstaat. In dat geval spreken we van een regeneratieve genezing.
     
  • Littekenweefsel kan zich tot twee jaar na het ontstaan ervan veranderen. In deze tijd kan het uiterlijk van een litteken positief worden beïnvloed door middel van littekentherapie. Bij het begin van de littekenvorming, dus bij een onrijp litteken, zijn jeuk en pijn hiermee te verminderen.

Overzicht van de soorten littekens

In het algemeen worden littekens op basis van hun uiterlijk onderverdeeld in drie subgroepen.

Hypertrofische littekens

Hypertrofische of verhoogde littekens ontstaan vaak door een verstoring in de rijping van littekens, waardoor te veel bindweefsel wordt gevormd. Afhankelijk van het uiterlijk kunnen de verhoogde, hypertrofische littekens ook rood of opgezet zijn. Ze worden gevormd in het oorspronkelijke wondgebied en zijn hier qua ruimte toe beperkt.

Hypertrofisch litteken

Keloïdlittekens (keloïden)

Bij keloïden is de wildgroei van het bindweefsel zelfs nog sterker en ongecontroleerder dan bij hypertrofische littekens. Het littekenweefsel groeit duidelijk zichtbaar over het wondbereik heen. De oorzaak kan zelfs al een heel klein wondje zijn, bijvoorbeeld een insectenbeet. Meestal treedt de oncontroleerbare en sterke woekering van het bindweefsel pas maanden na de verwonding op en stopt na verloop van tijd vanzelf.

Keloïdlitteken

Atrofische littekens

Als er tijdens het helingsproces te weinig nieuw bindweefsel wordt gevormd om de wond weer volledig op te vullen, ontstaan atrofische littekens. Als gevolg van de langzame of slechte wondheling zakt de huid in en ontstaan er zichtbare deuken, kraters of holtes. Een typisch voorbeeld van atrofische littekens zijn de karakteristieke deuken als het gevolg van ernstige gezichtsacné. Ook groeilittekens of striae behoren tot de groep atrofische littekens. 

Atrofisch litteken

Graad bij brandwonden 

Brandwonden vormen meestal verhoogde, hypertrofische littekens, maar kunnen nadat ze zijn ontstaan ook verzonken, atrofische littekens of keloïden vormen. Deze zijn afhankelijk van de ernst van de verbranding ingedeeld in 3 graden. Bij brandwonden van de 1e graad is alleen de eerste huidlaag getroffen en kan het litteken van de brandwond meestal weer volledig wegtrekken. Als er brandblaren ontstaan en ook de middelste huidlaag is getroffen, spreken we van een tweedegraads verbranding. Tweedegraadsverbrandingen worden verder onderverdeeld in de niveaus 2a en 2b. Daarbij kunnen wonden van graad 2a nog uit zichzelf helen, terwijl voor verwondingen van graad 2b een operatie noodzakelijk is. Als ook de onderste huidlaag is aangetast, spreken we van een derdegraads brandwond. Littekens van brandwonden vormen vaak sclerotische littekens. 

 

 

Sclerotische littekens  

Bij sclerotische littekens verschrompelt het ontstane bindweefsel en trekt samen. Als gevolg daarvan ontstaan verharde, stijve littekens die onvoldoende elastisch zijn en die daardoor ook tot merkbare beperkingen in de functionaliteit kunnen leiden. Daarom staat bij de behandeling van sclerotische littekens het herstel van de bewegelijkheid op de voorgrond.

Littekens kunnen veranderen

Niet elk litteken is hetzelfde. Als we de wondgenezing van precies dezelfde wond bij twee verschillende mensen zouden observeren, dan zou het gevormde litteken er niet hetzelfde uitzien. Hoe een litteken eruitziet en zich ontwikkelt, is afhankelijk van zeer uiteenlopende en deels beïnvloedbare factoren.

Beïnvloedbare factoren

Mobilisatie
Afhankelijk van de aard en de ernst van de wond waaruit een litteken is ontstaan, kan een passief bewegen door een therapeut noodzakelijk zijn. Activering van het litteken en de omliggende gebieden verbetert de doorbloeding, het bindweefsel wordt losser, zachter en soepeler. Dit leidt tot een betere littekenkwaliteit.

 Vermijden van de zon
Verse littekens mogen nooit worden blootgesteld aan direct zonlicht, want dan kunnen ze donker verkleuren. Ze moeten altijd worden afgedekt met ondoorschijnende (compressie)kleding en/of een zonblokker.

 
Compressietherapie
Het dagelijks dragen van compressiekleding heeft een positief effect op de littekenkwaliteit. Het kan niet alleen de genezing ondersteunen, maar ook het ontstaan van woekerende littekens verminderen.
Meer informatie over compressietherapie

 
Siliconenproducten en zalf
Het gebruik van siliconenproducten en speciale zalf heeft een positieve uitwerking op het littekenweefsel. Ze houden het vochtig en soepel en kunnen de genezing ondersteunen.
Meer informatie over siliconenproducten

 

Vaste factoren

Lokalisatie
Littekens op lichaamsdelen die vaak in beweging zijn, staan constant onder rekbelasting. Deze continue trekspanning kan leiden tot ongewenste littekenverschijnselen.
 

Leeftijd
Op oudere leeftijd genezen wonden slechter, omdat de huidstructuur verandert. De elasticiteit en de vetlagen nemen af, evenals de bloedvoorziening. Bij kinderen en jongeren zijn littekens vaak dikker en meer opgezet, omdat er vaak te veel nieuw bindweefsel wordt geproduceerd.
 

Huiddikte
Bij een dikkere huid zijn de littekens duidelijker zichtbaar. De huiddikte neemt vanaf de kinderjaren toe en vanaf het 65e levensjaar weer af.
 

Huidtype en afkomst
Bij mensen van Afrikaanse en Aziatische afkomst is de littekenvorming vaak sterker en woekeren de littekens meer door de sterke vorming van nieuw bindweefsel.
 

Andere aandoeningen
Andere of vroegere aandoeningen (doorbloedingsstoornissen, diabetes etc.) hebben een negatieve invloed op de littekenvorming.
 

Belangrijk

Littekenweefsel verandert tot twee jaar na het ontstaan ervan. In die periode kan het uiterlijk van het litteken door de juiste verzorging en therapie positief en effectief worden beïnvloed. Lees nu meer over de behandeling van littekens.